“Jij weet dat niet hè, pap”

Eieren, gehakt, ijs, worstenbroodjes, vla, melk, champignons, aardappelen en kaas: je kunt ervoor naar de supermarkt. Maar het kan ook anders. Ik pak de fiets, m’n portemonnee en twee van mijn drie zoons, en trek de polder in. Op zoek naar automaten. 

Oké, er zijn makkelijkere manieren om je boodschappenlijstje af te werken, maar boerderijproducten zijn vers en puur. Het landschap is honderd keer mooier dan de schappen in de Appie. En de tochten zijn leerzaam bovendien. Volgens Ted (3 jaar) geldt dat zelfs voor mij.

“Jij weet dat niet hè, pap”, zegt-ie met zijn meest intelligente blik.
Ik: “Wat niet, Ted?”
Ted: “Dat geiten ook milkshakes maken.” 
Ik: “Dankzij jou nu wel!”
 

Volg de bordjes
Op onze eerste polderdag halverwege september is het een graadje of 25: tijd voor ijs dus. We kunnen recht op ons doel af, want de houten plankjes die wijzen naar IJS & KAAS Boerderijautomaat aan de Mikkeldonkseweg waren me al eerder opgevallen. Ted kiest een bakje honing-yoghurtijs en Huib krijgt karamel-zeezout. Ik trakteer mezelf op 250 gram jonge geitenkaas. Voor ’s avonds.
 
Kijkje in de stal
Als we tijdens het smullen opsommen wat er allemaal van geitenmelk gemaakt kan worden – ook milkshake dus – zien we de boer over zijn erf lopen. We kijken ‘m hoopvol en heel vriendelijk aan… 

Ja, beet! Hij loopt onze kant op. “Willen jullie even in de stal komen kijken jongens?”, vraagt de boer. “En of we dat willen”, reageert Ted met loeigrote ogen in iets andere woorden. Huib zegt niets, want hij kan niet praten. 
 

Held van de dag
De vriendelijke man heet Gijsbert van Loon. Hij vertelt alles over de kleine vierhonderd mekkerende witte beesten, z’n ecologische bijdrage en de stieren die hij ook houdt. Na een tijdje stelt hij voor om de geiten te voeren. “Kunnen die mannen mooi kijken hoe dat gaat”, voegt-ie eraan toe. Twee minuten later rijdt de tractor door de stal. Gijsbert is de held van de dag. 

Boer en burger
De verbinding tussen boer en burger versterken: daar is het Gijsbert om te doen. En dat lukt hem aardig met de automaten, het flinke informatiebord wat ernaast hangt en de gastlessen die hij op een basisschool geeft. Maar vooral met zijn enorme gastvrijheid. “Kom over een maand gerust terug”, drukt hij Ted op het hart. “Dan zijn er lammetjes.”
 

Toetje!
Als we twee weken later ook een bezoek brengen aan de automaat van Van De Vorle Paddenstoelenkwekerij in Berghem heeft Ted hoge verwachtingen. Ik probeer ze te temperen. “We mogen niet overal binnenkijken”, zeg ik ‘m. “En in de meeste automaten zit géén ijs.” “Maar in sommige wel, hè”, pareert hij snel mijn beste bedoelingen. Hij houdt hoop. 

Gelukkig wordt Ted ook blij van een bakje verse kastanjechampignons. Weer een week later toveren het gehakt, de melk en de chocoladevla – alles van eigen koeien – van Boerderijwinkel ’t is oké in Reek dezelfde vette lach op z’n gezicht. 

“Toetje!”, komt er achter een grote tut vandaan als het vakje van de vla opengaat. Het is Huib. Hij heeft, net als Ted en ik, een hoop bijgeleerd.